Steeds meer vermogende particulieren en directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) overwegen om Nederland te verlaten. Aanleidingen daarvoor zijn onder meer de toenemende belastingdruk op vermogen (box 3), voortdurende wetswijzigingen en de wens om internationaal te wonen en te ondernemen. Een emigratie uit Nederland is echter fiscaal geen neutrale stap. Bij emigratie kan een exitheffing ontstaan, waarbij de Nederlandse Belastingdienst bij vertrek aanzienlijke fiscale claims kan effectueren. Zonder tijdige en zorgvuldige planning kan dit leiden tot onverwachte en substantiële belastingheffing.
Emigratie en het verlies van binnenlandse belastingplicht
Bij emigratie verliest een particulier in beginsel de status van binnenlands belastingplichtige. Vanaf het moment van vertrek wordt betrokkene doorgaans buitenlands belastingplichtig en is Nederland nog slechts gerechtigd belasting te heffen over specifieke Nederlandse bronnen, zoals in Nederland gelegen onroerend goed of een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap.
De vaststelling van de fiscale woonplaats is daarbij cruciaal. Deze wordt beoordeeld op basis van feiten en omstandigheden en, indien van toepassing, nader ingevuld door belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Onvoldoende onderbouwing van de daadwerkelijke emigratie kan leiden tot langdurige en kostbare discussies met de Belastingdienst.
Exitheffing bij DGA’s
Aanmerkelijk belang (box 2)
Voor DGA’s geldt bij emigratie een bijzondere fiscale regeling in de vorm van een exitheffing. De Nederlandse wetgever gaat er bij vertrek van uit dat het aanmerkelijk belang in de vennootschap fictief wordt vervreemd. Hierdoor wordt direct afgerekend over de opgebouwde meerwaarde in box 2 via een zogenoemde conserverende aanslag.
De Belastingdienst biedt onder voorwaarden uitstel van betaling van deze aanslag, zoals toegelicht in de beleidsregels over de conserverende aanslag bij emigratie. Dit uitstel is doorgaans verbonden aan zekerheden, informatieverplichtingen en beperkingen op dividenduitkeringen. Bij overtreding kan de aanslag alsnog direct invorderbaar worden.
Box 3-vermogen en emigratie
Ook box 3-vermogen speelt een belangrijke rol bij emigratie. Nederland kan in beginsel nog belasting heffen over het volledige vermogen op de peildatum voorafgaand aan vertrek. Na emigratie is het uitgangspunt dat Nederland geen box 3-heffing meer mag opleggen, met uitzondering van specifieke Nederlandse vermogensbestanddelen zoals onroerend goed in Nederland.
De timing van emigratie is daarom van groot belang. Een ongunstige peildatum kan leiden tot een aanzienlijke box 3-heffing die met juiste planning mogelijk had kunnen worden voorkomen of beperkt.
Dubbele belastingverdragen en woonplaatsbepaling
Bij grensoverschrijdende situaties bestaat het risico dat zowel Nederland als het nieuwe woonland belasting heft over (delen van) hetzelfde inkomen of vermogen. Belastingverdragen, veelal gebaseerd op het OESO-modelverdrag, bevatten woonplaats- en toewijzingsregels om dubbele belasting te voorkomen.
Een juiste toepassing van deze verdragen vergt specialistische kennis, met name bij vermogende particulieren en DGA’s met internationale structuren, deelnemingen of vastgoedportefeuilles.
Fiscale structurering vóór vertrek
Een succesvolle emigratie begint ruim vóór het daadwerkelijke vertrek. Afhankelijk van de persoonlijke en zakelijke situatie kan worden gedacht aan:
- herstructurering van holding- en werkmaatschappijen;
- dividenduitkeringen of herfinanciering voorafgaand aan emigratie;
- vermogensoverdrachten aan partner of kinderen;
- het opzetten of aanpassen van internationale structuren, zoals een buitenlandse holding, stichting of trust.
De juiste volgorde en timing van deze maatregelen is vaak doorslaggevend voor het fiscale eindresultaat.
Praktijkvoorbeeld
Een DGA met een Nederlandse holding en diverse buitenlandse deelnemingen verhuist naar Zwitserland. Door vooraf dividendreserves uit te keren, de vennootschapsstructuur te herzien en gebruik te maken van de bepalingen uit het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland, kan de uiteindelijke exitheffing aanzienlijk worden beperkt. Tegelijkertijd wordt dubbele belasting voorkomen en blijft de structuur internationaal werkbaar.
Conclusie
De emigratie van vermogende particulieren en DGA’s vereist specialistische fiscale begeleiding. Vraagstukken rondom exitheffing, box 3-heffing en internationale woonplaatsbepaling kunnen grote financiële gevolgen hebben. Met zorgvuldige voorbereiding en strategische structurering kan de belastingdruk worden beperkt en juridische risico’s worden geminimaliseerd. Bij Kortman advocaten is alle expertise over het belastingrecht in huis om DGA’s en/of vermogende particulieren te begeleiden bij immigratie naar het buitenland.
Overweegt u emigratie naar het buitenland? Neem dan nu contact op: +31 70 302 40 30 (bereikbaar van 09.00 tot 17.15 uur, op dinsdag van 09.00 tot 12.30 uur) of vul het contactformulier in.








